Actueel

Blogs

  • Blogs

/ 19 aug 2021

Familielening

Geachte lezer,

In de praktijk komt het regelmatig voor dat leningen voor de eigen woning binnen de familie worden verstrekt, vaak in de relatie ouder-kind. In deze situaties worden niet altijd dezelfde zekerheden verlangd of dezelfde voorwaarden gehanteerd als bij een vergelijkbare situatie bij een commerciële geldverstrekker. Dan is de vraag aan de orde of de lening wel aan te merken is als een eigenwoningschuld en wat een acceptabel rentepercentage is voor deze lening. De Belastingdienst heeft hiertoe de ‘handreiking familielening’ openbaar gemaakt. Daaruit blijkt dat de Belastingdienst een toets schema hanteert of voldaan wordt aan de voorwaarden.

Samengevat bestaat dit schema uit een viertal toets vragen:

  1. Is er sprake van een geldlening?
  2. Wordt voldaan aan de voorwaarden van een eigenwoningschuld?
  3. Ziet de rentevergoeding alleen op een vergoeding op het uitgeleende geld (of ook op andere verplichtingen)?
  4. In hoeverre is sprake van een reële rente?

Geldlening?
Het moet een echte lening zijn, oftewel (Burgerlijk Wetboek) het verstrekken van een som geld aan de lener, die de plicht heeft deze terug te betalen. Deze vraag zal doorgaans met ‘ja’ kunnen worden beantwoord.

Eigenwoningschuld?
Er van uitgaande dat u vandaag een lening wilt verstrekken geldt als hoofregel dat de lening wordt aangegaan in verband met de eigen woning, dus voor een woning die aan uw zoon of dochter anders dan tijdelijk als hoofdverblijf (zelfbewoning) ter beschikking staat op grond van eigendom. Deze lening moet minimaal annuïtair worden afgelost en de aflossingstermijn van deze lening mag maximaal 30 jaar zijn. Indien deze vraag met ‘ja’ beantwoord kan worden gaat u door naar de volgende ronde.

Is rente vergoeding voor deze lening?
De hoofdregel is dat de rente alleen aftrekbaar is als de rente een vergoeding over het uitgeleende geld is en dus niet (deels) een vergoeding voor andere aspecten, bijvoorbeeld gunstige voorwaarden. In dat geval moet een splitsing worden aangebracht, waarbij alleen de rente die ziet op de vergoeding van het uitgeleende geld als aftrekbare rente kwalificeert.

Voorbeeld:
Afgesproken wordt dat uw zoon of dochter altijd extra aflossingen mag doen, boetevrij. Indien vergelijkbare commerciële aanbieders bijvoorbeeld tot 10% van de hoofdsom boetevrij aflossen toelaten, zal bij een familielening een hogere boetevrije aflossing als een niet gebruikelijke voorwaarde gelden. In de handreiking wordt aan een dergelijke voorwaarde 0,2% rente opslag toegerekend. Deze opslag is niet aftrekbaar.
Als ook deze vraag met ‘ja’ kan worden beantwoord is er nog één niet onbelangrijke hobbel te nemen.

Reële rente?
De rente moet in lijn zijn met wat een onafhankelijke andere partij onder dezelfde omstandigheden in rekening zou brengen, oftewel wat is het gangbare rentepercentage bij de meest vergelijkbare lening die onder marktomstandigheden bij een commerciële geldverstrekker wordt afgesloten? Een bank heeft een bepaald rentetarief voor een lening, afhankelijk van de hoogte van de schuld, de looptijd, rentevast periode, recht van hypotheek, etc. Stel dat een bank 2% rente in rekening brengt. Er is een familielening, zonder recht van hypotheek of overige zekerheid. De rente familielening is 5,5%. Een reële rente zou, gelet op de condities van de bank, bijvoorbeeld 3% zijn voor deze lening. In dat geval is 3% aftrekbaar als eigenwoningrente en 2,5% niet.

Kortom bij het aangaan van een familielening is het advies om uw adviseur in de arm te nemen en samen te beoordelen of en tot welk rentepercentage de rente op deze lening fiscaal aftrekbaar is. Als er een hogere rente dan reëel wordt afgesproken is het deel dat te hoog is niet aftrekbaar. Bovendien kan het bovenmatige deel ook gezien worden als schenking van zoon/dochter aan u. In dat geval is schenkbelasting verschuldigd.
Al met al redenen genoeg om zorgvuldig om te gaan met familieleningen.

beeldmerk-blauw