Actueel

Nieuws

  • Nieuws

/ 18 sep 2020

Prinsjesdag 2020

Benieuwd wat de fiscale veranderingen voor u gaan betekenen? 

Ondernemer

Zelfstandigenaftrek sneller en meer afgebouwd
Een van de maatregelen die op Prinsjesdag is bekendgemaakt, is dat de zelfstandigenaftrek (nu maximaal € 7.030) verder wordt afgebouwd dan vorig jaar werd bepaald. De afbouw vindt vanaf volgend jaar plaats met stappen van € 360 per jaar tot en met 2027 en met € 390 in 2028. In 2021 bedraagt de zelfstandigenaftrek dus maximaal € 6.670. Daarna daalt de aftrek met € 110 per jaar, zodat de aftrek uiteindelijk in 2036 nog maximaal € 3.240 bedraagt.

U komt in beginsel voor deze aftrek in aanmerking als u:

  • jonger bent dan de AOW-gerechtigde leeftijd én
  • tenminste 1.225 uren én
  • 50% van uw totale arbeidstijd aan werkzaamheden voor uw onderneming besteedt.

Heeft u aan het begin van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en voldoet u aan het urencriterium, dan heeft u recht op 50% van de aftrek.

Tip
Om in aanmerking te komen voor de zelfstandigenaftrek moet u aannemelijk kunnen maken dat u aan het urencriterium heeft voldaan. Zorg dus dat u een urenspecificatie van uw werkzaamheden voor uw onderneming bijhoudt.

Berekening KIA verduidelijkt
Als u investeert in uw bedrijf, kunt u gebruikmaken van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). De KIA is – naast afschrijvingen – een extra aftrek op de winst. U kunt de KIA claimen als u op jaarbasis tussen € 2.400 en € 323.544 (2020) investeert in bedrijfsmiddelen. Bij ondernemers met meerdere ondernemingen en bij samenwerkingsverbanden (bijvoorbeeld een vennootschap onder firma (VOF) of maatschap) levert de berekening van de KIA regelmatig discussie op met de Belastingdienst. Om geschillen hierover te voorkomen is de KIA verduidelijkt.

KIA bij meerdere ondernemingen
Bent u ondernemer en heeft u meerdere ondernemingen, dan bepaalt u de KIA per onderneming op basis van de investeringen die u per onderneming heeft gedaan. U moet hiervoor dus niet alle investeringen van al uw ondernemingen samentellen.

KIA bij samenwerkingsverband
Bent u een ondernemer die deelneemt aan een samenwerkingsverband, dan is het volgende voor u van belang. Geven uw investeringen samen met de investeringen van de andere deelnemers aan een samenwerkingsverband recht op het maximumbedrag van de KIA, dan heeft u slechts recht op een evenredig deel van het maximumbedrag aan KIA voor uw aandeel in het totaal van de investeringen.

Winstvrijstelling TOGS en TVL
De TOGS (€ 4.000) was een eenmalige tegemoetkoming waarmee u de vaste lasten van uw bedrijf kon blijven betalen tijdens de coronacrisis. Inmiddels is de TOGS opgevolgd door de TVL-regeling. Het recht op deze tegemoetkoming is afhankelijk van de grootte van uw bedrijf, de hoogte van uw vaste lasten en de mate van omzetdaling (minimaal 30%). Beide tegemoetkomingen zijn vrijgesteld van winstbelasting. Maar dat kan alleen als dit in de wet geregeld is. Dat is nu gebeurd.

CO2-heffing voor de industrie
Het kabinet wil vanaf 2021 een CO2-heffing invoeren voor de industrie. Bedrijven krijgen een vrijstelling voor een bepaalde hoeveelheid CO2-uitstoot, die vanaf 2021 jaarlijks afloopt tot 2030. De heffing wordt toepast op de te veel uitgestoten CO2. Deze heffing moet de industrie stimuleren om de CO2-uitstoot te reduceren. Hiermee wil het kabinet de reductiedoelstelling van het Klimaatakkoord halen. De heffing geldt niet voor bepaalde branches, zoals de glastuinbouw, ziekenhuizen en universiteiten.

DGA

Lage tarief vennootschapsbelasting verlaagd en verruimd
U gaat in 2021 minder vennootschapsbelasting (Vpb) betalen over uw winst. Het Vpb-tarief in de eerste schijf gaat namelijk omlaag van 16,5% naar 15%. Bovendien wordt die schijf in 2021 verlengd van een jaarwinst van € 200.000 naar € 245.000. In 2022 wordt de schijf verder verlengd naar € 395.000 jaarwinst. De verlaging van het hoge Vpb-tarief (25%) in de tweede schijf naar 21,7% gaat niet door.

Tip
Heeft u meerdere vennootschappen die samen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting vormen? Het kan dan interessant zijn om de fiscale eenheid te verbreken. De hogere grens voor het lage Vpb-tarief geldt namelijk voor alle winst van de fiscale eenheid bij elkaar. Maar zonder fiscale eenheid kunt u per vennootschap profiteren van deze hogere grens.

Eerder coronaverlies 2020 verrekenen
Een fiscale coronamaatregel die een wettelijke grondslag moest krijgen, betreft de geschatte coronaverliezen van 2020 in de vennootschapsbelasting. Die mag uw bv dit jaar al als fiscale coronareserve verrekenen met de winst van 2019. De fiscale coronareserve mag niet hoger zijn dan de winst van 2019. Zonder deze maatregel zou u het verlies van 2020 pas kunnen verrekenen met de winst van 2019 bij het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting over 2020, dus pas in 2021 of nog later. Deze coronamaatregel moet bijdragen aan de verbetering van de liquiditeitspositie van uw bedrijf.

Pas op voor verliesverdamping
De coronareserve wordt in 2019 gevormd en vermindert daardoor de winst over 2019. In 2019 kunnen dus minder onverrekende verliezen uit voorgaande jaren worden verrekend. Oude verliezen kunnen daardoor mogelijk nooit meer verrekend worden met toekomstige winst. Laat daarom een deskundige de toevoeging aan de coronareserve zodanig vaststellen dat deze verliesverdamping wordt voorkomen.

Verhoging tarief innovatiebox
Bent u een innovatieve ondernemer? In dat geval kunt u mogelijk gebruikmaken van de innovatiebox. De voordelen uit octrooien en/of immateriële activa in deze box zijn nu nog belast tegen een effectief Vpb-tarief van 7%. Het kabinet heeft voorgesteld om het effectieve Vpb-tarief in deze box in 2021 te verhogen naar 9%.

Aftrek liquidatieverlies beperkt
Neemt uw vennootschap deel in een andere vennootschap, dan worden de winsten of verliezen die met deze deelneming verband houden niet meegeteld in de winst van uw vennootschap. Op deze deelnemingsvrijstelling geldt één uitzondering voor de aftrekbaarheid van verliezen wanneer de deelneming wordt geliquideerd. In dat geval is het liquidatieverlies wèl aftrekbaar van de winst. Omdat deze uitzondering leidt tot uitholling van de Nederlandse belastinggrondslag wordt voorgesteld om de aftrek alleen nog toe te staan:

  • voor liquidatiesverliezen van deelnemingen, waarin een belang van meer dan 50% (dit was 25%) wordt gehouden;
  • voor liquidatieverliezen van deelnemingen die in Nederland of in een andere EU/EER-lidstaat zijn gevestigd;
  • als de vereffening van het vermogen van de geliquideerde deelneming is voltooid binnen 3 jaar na de staking van de onderneming of het liquidatiebesluit.

Tot een bedrag van € 5 miljoen (was € 1 miljoen) zijn liquidatieverliezen altijd aftrekbaar.
Vergelijkbare wijzigingen zijn voorgesteld voor stakingsverliezen van vaste inrichtingen. Vaste inrichtingen zijn bedrijfsruimtes in Nederland die onderdeel zijn van een buitenlandse onderneming, die over voldoende faciliteiten beschikt om als zelfstandige onderneming te functioneren.

Werkgevers en werknemers

Meer vrije ruimte in de werkkostenregeling
De vrije ruimte voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom per werkgever is eenmalig en tijdelijk verhoogd van 1,7% naar 3% voor het jaar 2020. De vrije ruimte wordt dus maximaal met € 5.200 verhoogd. Deze coronamaatregel moet u als werkgever mogelijkheden bieden om uw werknemers in deze moeilijke tijd extra tegemoet te komen. Bijvoorbeeld door het verstrekken van een bloemetje of een cadeaubon. Maar de extra ruimte kunt u ook benutten voor thuiswerkfaciliteiten.
Boven een fiscale loonsom van € 400.000 gaat het percentage van 1,2% vanaf 2021 omlaag naar 1,18%. Deze maatregel is – in tegenstelling tot het bovenstaande – echter niet tijdelijk.

Uitzondering splitsing bijtelling ook voor zonnecelauto’s
Het bijtellingspercentage voor een nieuwe elektrische auto van de zaak wordt in 2021 verder verhoogd van 8% naar 12%. De catalogusprijs waarop u dit percentage moet toepassen, wordt bovendien verlaagd van maximaal € 45.000 naar € 40.000. Is de catalogusprijs hoger, dan geldt voor het meerdere een bijtellingspercentage van 22%. Maar rijdt uw auto van de zaak op waterstof, dan geldt deze splitsing in het bijtellingspercentage niet voor u. Dit is allemaal al eerder besloten. Het kabinet stelt nu voor dat vanaf 2021 deze uitzondering ook geldt voor nieuwe zonnecelauto’s van de zaak. Een zonnecelauto is een elektrische auto met geïntegreerde zonnepanelen. U mag daardoor ook bij deze auto’s over de hele aanschafprijs het lage bijtellingspercentage van 12% (in 2021) toepassen. Deze regeling geldt niet alleen voor werkgevers en werknemers, maar ook voor ondernemers en DGA’s die rijden in een auto van de zaak.

Verruiming gerichte vrijstelling scholingskosten
Het kabinet stelt voor om de gerichte vrijstelling voor scholing ook te laten gelden bij verstrekkingen en vergoedingen ten behoeve van scholing die voortvloeien uit vroegere arbeid. Deze verruiming is bedoeld voor vergoedingen en verstrekkingen voor het volgen van een opleiding of studie om inkomen te verwerven. De gerichte vrijstelling kan dus niet worden benut voor bestedingen aan onderhoud of verbetering van kennis en vaardigheden van de dienstbetrekking. Deze maatregel wordt betaald uit de verlaging op het percentage in de werkkostenregeling van 1,2% naar 1,18%.

TOFA-uitkering is belast loon
Bent u flexwerker, dan heeft u mogelijk gebruik gemaakt van de TOFA-regeling. Dit betreft een eenmalige bruto tegemoetkoming ter compensatie van gederfd loon. Deze tegemoetkoming geldt als belast loon en vormt inkomen voor de toeslagen. Het kabinet stelt daarom voor de TOFA-uitkering met terugwerkende kracht aan te merken als loon uit vroegere dienstbetrekking.

Nieuwe korting voor investeren in banen
Vanaf 2021 wil het kabinet tijdelijk een extra aftrek voor investeringen invoeren: de ‘Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). Bedrijven worden gestimuleerd om te investeren door hiervoor een korting te geven die kan worden verrekend met de loonheffing. De details van deze nieuwe investeringskorting worden later verder uitgewerkt.

Bonus zorgpersoneel
Het kabinet stelt voor om werknemers in de zorg die hebben bijgedragen aan de bestrijding van het coronavirus volgend jaar een netto bonus uit te keren van € 500. Doordat de bonus netto wordt uitbetaald heeft deze geen invloed op het recht op toeslagen. Dit jaar bedraagt de netto bonus nog € 1.000.

Alle belastingbetalers

Lager IB-tarief in eerste schijf
Sinds dit jaar bestaan er nog twee tariefschijven in de loon- en inkomstenbelasting: een schijf met een laag tarief (nu: 37,35%) en een schijf met een hoog tarief (nu: 49,5%) dat van toepassing is op een inkomen vanaf € 68.507. In 2021 gaat het lage tarief omlaag naar 37,10%. Het hoge tarief wijzigt niet. Tussen 2022 en 2024 wordt het tarief in de eerste schijf verder verlaagd tot uiteindelijk 37,03%.

Hogere heffingskortingen
De arbeidskorting wordt extra verhoogd door de verhoging die gepland stond voor 2022 al in 2021 toe te passen. De verhoging komt dus bovenop de al geplande verhoging voor 2021. Ook de algemene heffingskorting wordt extra verhoogd met € 22 bovenop de € 60 die al was ingepland. Ook wordt de ouderenkorting verhoogd.

Lager eigenwoningforfait
Het eigenwoningforfait voor woningen met een WOZ-waarde tot € 1.110.000 (in 2020: € 1.090.000) wordt verlaagd van 0,60% naar 0,50% in 2021. Voor woningen met een WOZ-waarde van € 1.110.000 of meer blijft het forfait 2,35%. Zij zijn dit tarief alleen verschuldigde voor de WOZ-waarde boven € 1.110.000.

Levenslooptegoed eerder belast
Legt u nog in op een levensloopregeling of heeft u uw levenslooptegoed nog niet gebruikt? Onder de huidige regelgeving wordt het tegoed dat per einde 2021 op uw levenslooprekening staat, ineens uitgekeerd en progressief belast in de loon- en inkomstenbelasting. Het kabinet stelt echter voor om dit fictieve genietingsmoment te vervroegen naar 1 november 2021. Daardoor heeft u de gelegenheid om voor 31 december 2021 de verschuldigde loonheffing te betalen. Dit heeft als voordeel dat het bruto saldo van uw levenslooptegoed niet volledig wordt belast in box 3 op de peildatum 1 januari 2022.

Inhoudingsplicht loonheffing
Een andere wijziging in de levensloopregeling betreft de instantie die op het fictieve genietingsmoment de loonheffing over het levenslooptegoed moet inhouden en afdragen. Nu is uw (ex-)werkgever de inhoudingsplichtige, maar dit wordt de instelling die de levensloopregeling uitvoert, bijvoorbeeld een bank.

Levensloopverlofkorting
Nu kan de inhoudingsplichtige de levensloopverlofkorting toepassen bij uitbetaling van (een deel van) het levenslooptegoed. Als het aan het kabinet ligt, kan de (ex-)werknemer voortaan de levensloopverlofkorting alleen nog benutten via zijn/haar IB-aangifte.

Tip
Om te voorkomen dat u bij uitkering ineens veel belasting moet betalen, is gefaseerd uitkeren van het levenslooptegoed een optie. Voor zover uw vermogen in box 3 daardoor aangroeit, moet u wel rekening houden met de eventuele box-3-heffing.

Nieuw voorstel box 3
Een andere maatregel betreft onder meer de vrijstelling in box 3. Die gaat volgend jaar van € 30.846 naar € 50.000 per belastingplichtige. Hebt u een fiscale partner, dan hebt u samen dus een vrijstelling van € 100.000. Maar daar blijft het niet bij, want daar staat een tariefsverhoging tegenover van 30% naar 31%. Bovendien zijn maatregelen getroffen om te voorkomen dat de verhoging van de box-3-vrijstelling doorwerkt naar de diverse inkomens- en vermogensafhankelijke regelingen, zoals de zorg- en kinderopvangtoeslag en de eigen bijdrage aan een zorginstelling.

Doorwerking voorkomen
Zonder nadere regeling leidt de verhoging van de box-3-vrijstelling ertoe dat meer mensen aanspraak kunnen maken op een toeslag of in aanmerking komen voor een hogere toeslag. Daarom wordt vanaf 2021 voor de vermogenstoets in de inkomensafhankelijke regelingen aangesloten bij de vermogensrendementsgrondslag zonder aftrek van de vrijstelling in box 3. De inspecteur legt daartoe het bedrag van de rendementsgrondslag voor zover deze meer bedraagt dan € 31.340 vast in een voor bezwaar vatbare beschikking die wordt opgenomen op uw aanslag inkomstenbelasting. Daarvoor is nodig dat de aangifteplicht voor de inkomstenbelasting en premieheffing volksverzekeringen wordt uitgebreid naar mensen die een rendementsgrondslag hebben van meer dan € 31.340.

Lager verzamelinkomen – meer/hogere toeslagen
Hoewel de verhoging van de vrijstelling in box 3 ook tot een lager verzamelinkomen leidt en daarmee doorwerkt in een aantal inkomensafhankelijke regelingen (zoals de kinderopvangtoeslag), zijn geen maatregelen getroffen om dit effect te voorkomen.

Geen overdrachtsbelasting voor starters
Het kabinet stelt voor om starters op de woningmarkt vanaf 1 januari 2021 vrij te stellen van overdrachtsbelasting (OVB). Hieraan zijn wel voorwaarden verbonden. De starters moeten 18 jaar of ouder zijn en jonger dan 35 jaar, de woning moet als hoofdverblijf worden gebruikt en de vrijstelling moet nog niet eerder zijn benut. Voor doorstromers op de woningmarkt blijft het OVB-tarief 2%. Voor andere kopers van woningen wordt het OVB-tarief per 1 januari 2021 verhoogd van 2% naar 8%.
Dit tarief geldt vanaf 1 januari 2021 voor:

  • de verkrijging van niet-woningen, zoals bedrijfspanden;
  • woningen die niet of slechts tijdelijk worden gebruikt als hoofdverblijf, zoals vakantiewoningen of een woning die ouders kopen voor hun kind.

Tot deze categorie behoren ook de verkrijgingen van woningen door niet-natuurlijke personen, zoals rechtspersonen, waaronder woningcorporaties.

Uitbreiding overgangsregeling landgoederen
Bent u eigenaar van een landgoed, dan kunt u onder voorwaarden gebruikmaken van fiscale faciliteiten, zoals vrijstellingen voor de overdrachtsbelasting en de schenk- en erfbelasting. Uw landgoed wordt dan gerangschikt als Natuurschoonwet-landgoed (NSW-landgoed). Maakt u al gebruik van deze faciliteit, dan is het volgende voor u van belang. Vanaf 2021 wijzigen de rangschikkingscriteria, waardoor uw landgoed dan mogelijk niet meer voldoet aan de instandhoudingseis. Zonder nadere regelgeving zou dit betekenen dat u dan direct de Natuurschoonwetfaciliteit niet meer kunt toepassen en u dus alsnog schenk-, erf- en overdrachtsbelasting moet betalen. Dat vindt het kabinet te abrupt, dus wordt voorgesteld om  de bestaande overgangsregeling uit te breiden naar situaties waarin per 2021 niet meer aan de instandhoudingseis wordt voldaan. Daardoor blijven de fiscale gevolgen (alsnog invordering van schenk-, erf- en overdrachtsbelasting) buiten toepassing.

Let op
Vanaf 1 januari 2021 kunnen ook in het buitenland gelegen onroerende zaken als NSW-landgoed kwalificeren als de onroerende zaak een element vormt van het Nederlands cultureel erfgoed.

Aanscherping BPM-regels
De tarieven en de schijfgrenzen voor de BPM worden tussen 2021 en 2025 verder aangescherpt. Daarnaast wordt het heffingsmoment van de BPM vervroegd van het moment van inschrijving én tenaamstelling van de personen- of bestelauto of het motorrijwiel in het kentekenregister naar uitsluitend het moment van de inschrijving in het kentekenregister. De ingangsdatum van deze maatregel wordt later bekendgemaakt.

Langer lage energiebelasting laadpaal
Het tarief van de energiebelasting voor elektriciteit die wordt gebruikt voor een openbare laadpaal van een elektrische auto is tijdelijk verlaagd. Deze verlaging zou op 1 januari 2021 eindigen. Maar het kabinet stelt voor om de verlaging langer voort te zetten tot en met 2022.

Uw
Specialist

Alfred Nijman RB REP

Senior belastingadviseur

beeldmerk-blauw