Nieuws

Blogs

  • Blogs

/ 30 nov 2020

Speed pedelec

Stelt u zich voor dat u (al dan niet met partner) een wandelingetje maakt en u opeens met hoge snelheid door een werknemer op de ‘speed pedelec’ wordt ingehaald. Deze snelheidsduivels zult u steeds vaker in ons verkeer kunnen waarnemen.

We kenden natuurlijk al de fiscale voordelen van de fiets met een investeringsbedrag van €749. Sinds 1 januari 2020 is in de Wet Inkomstenbelasting artikel 3.20a opgenomen, de regeling bijtelling privé gebruik fiets. Een speed pedelec wordt voor dit artikel als fiets gekwalificeerd, ook al hangt er een gele kentekenplaat op het achterspatbord.

De speed pedelec is mede dankzij deze regeling populair, ondanks de forse aanschafprijs die kan oplopen tot meer dan € 10.000 (!).
Voor de fiets van de zaak geldt een fiscale bijtelling van 7% van de consumentenadviesprijs, waarbij ook accessoires die deel uitmaken van deze adviesprijs onder de bijtelling vallen.

Indien u als ondernemer/werkgever een speed pedelec aanschaft komt u in aanmerking voor de MIA (milieu investeringsaftrek). Dit vervoermiddel wordt op de milieu lijst expliciet aangemerkt als elektrische bromfiets (code B3118) en komt daarmee voor 50% van het investeringsbedrag  in aanmerking voor de MIA van 13,5%.

Indien u een speed pedelec ter beschikking stelt aan een personeelslid, telt u 7% van de consumentenadviesprijs/12 bij in het bruto maandloon van de werknemer en klaar. Of toch niet?

Helaas geldt de fictie dat een speed pedelec voor de loon- en inkomstenbelasting een fiets is, niet voor de omzetbelasting ☹

Voor de omzetbelasting wordt een speed pedelec hoogstwaarschijnlijk als bromfiets gezien (vergelijk de gele kentekenplaat). Ik veronderstel dat de ondernemer 100% belaste prestaties verricht. De aanschaf-btw kan dan in zijn geheel worden verrekend. Het privé gebruik behelst een fictieve dienst. De aanschafkosten maken gedurende 5 jaar telkens voor 20% deel uit van deze fictieve dienst. De elektriciteit voor het opladen zal door de werknemer in de regel privé worden betaald. De werkgever kan deze kosten vrij vergoeden. De daaraan toe te rekenen omzetbelasting kan echter niet worden verrekend omdat de factuur normaliter niet op naam van de ondernemer is gesteld, maar die van de werknemer.

De grondslag voor de heffing is het deel van de kosten dat betrekking heeft op privé gereden kilometers. Idealiter zou hiervoor een kilometeradministratie moeten worden bijgehouden, met de kanttekening dat woon-werkverkeer voor de omzetbelasting wordt aangemerkt als privé.

In de praktijk zal het niet bezwaarlijk zijn van een schatting van deze privé kilometers uit te gaan.

Een rekenvoorbeeld:
Aanschaf ex btw            € 10.000
Onderhoud per jaar    € 300
Elektra                                p.m.

Schatting percentage privé gebruik 90%
Grondslag voor de fictieve dienst is (€ 10.000/5 + € 300 = € 2.300) x 90% = € 2.070
Verschuldigde btw op jaarbasis = 21% van € 2.070 = € 435

Nu hoor ik u denken……………. Een speed pedelec een bromfiets? Het is toch een fiets!

Indien u er deze kwalificatie aanhangt, geldt het volgende. Nu is alleen btw verschuldigd over de eventuele eigen bijdrage. De voorbelasting op een personeelsfiets komt voor aftrek in aanmerking bij een aanschafprijs tot € 749.

Uitgaande van het voorbeeld heb je bij de variant bromfiets in 5 jaar per saldo een btw aftrek van 21% x (€ 10.000 + 5 x € 300) -/- 5 x € 435 = € 240.

Bij de variant fiets 21/121 x € 749 = € 129, oftewel een verschil van € 111.

Aangezien de fietsvariant administratief veel eenvoudiger is, durf ik de verwachting uit te spreken dat het voordeel van € 111 niet opweegt tegen de administratieve verwerking en zult u kiezen voor de variant fiets.

Mocht u hierover van gedachten willen wisselen of een persoonlijk rekenvoorbeeld willen; kunt u natuurlijk altijd bij ons terecht.

beeldmerk-blauw